ECLI:NL:CRVB:2005:AS5190
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar arbeidsongeschiktheidsklasse 25-35%
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, die was aangepast van een arbeidsongeschiktheidsklasse van 80-100% naar 25-35%. Hij verwees daarbij naar medische rapporten die spraken van chronische depressieve klachten en betwistte de conclusies van de door de rechtbank ingeschakelde psychiater Rübsaam.
De Raad nam het deskundigenonderzoek van psychiater Rübsaam, die concludeerde dat appellant geen beperkingen had als gevolg van een psychiatrische aandoening en dat de voorgehouden functies passend waren, als uitgangspunt. Ook de arbeidskundige beoordeling, waarbij meerdere functies waren geselecteerd die appellant zou kunnen vervullen, werd als voldoende beschouwd.
De Raad oordeelde dat de rechtbank de herziening van de WAO-uitkering op goede gronden had bevestigd en dat er geen reden was om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De bezwaren van appellant werden ongegrond verklaard en de herziening van de uitkering naar de lagere arbeidsongeschiktheidsklasse werd gehandhaafd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van 25 tot 35% wordt bevestigd.