ECLI:NL:CRVB:2005:AS5195
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens vervallen procesbelang bij bijzondere bijstand griffierecht
Appellant heeft bij de gemeente Winterswijk bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van griffierecht in een beroepsprocedure bij de rechtbank Zutphen. De gemeente kende de bijstand toe, maar weigerde deze rechtstreeks aan de rechtbank te betalen. Hierdoor kon appellant het griffierecht niet tijdig voldoen, wat leidde tot niet-ontvankelijkheid van zijn beroep bij de rechtbank.
Appellant maakte bezwaar tegen de weigering van rechtstreekse betaling, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Later werd het eerdere niet-ontvankelijkheidsbesluit door de rechtbank herroepen na verzet van appellant. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat appellant thans geen belang meer heeft bij een beoordeling van het beroep, mede omdat de rechtbank sindsdien een tweede termijn biedt voor betaling van griffierecht.
De Raad ziet geen aanleiding om het eerdere oordeel te wijzigen en bevestigt de niet-ontvankelijkheidsverklaring. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door mr. G.A.J. van den Hurk op 25 januari 2005.
Uitkomst: Het beroep wordt bevestigd als niet-ontvankelijk wegens vervallen procesbelang.