ECLI:NL:CRVB:2005:AS5231
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant heeft zich op 16 december 1997 arbeidsongeschikt gemeld en verzocht om een WAO-uitkering, die op 15 december 1998 werd geweigerd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Diverse bezwaren en beroepsprocedures liepen, waarbij eerdere verzoeken om herziening werden afgewezen. Op 20 september 2001 diende appellant opnieuw een verzoek in, wederom met het argument dat zijn klachten en beperkingen onderschat waren.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 4:6 Awb Pro nieuwe aanvragen om herziening alleen in behandeling genomen kunnen worden indien nieuwe feiten of veranderde omstandigheden worden aangevoerd. De door appellant overgelegde medische stukken waren al eerder ingebracht en niet nieuw, en de informatie betrof niet de situatie ten tijde van het oorspronkelijke besluit. Daarom was het besluit van 22 november 2001 om niet terug te komen op het eerdere besluit terecht.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het vonnis van de rechtbank Utrecht en oordeelde dat het herzieningsverzoek niet ontvankelijk was. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de WAO-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.