ECLI:NL:CRVB:2005:AS5659
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloos gedrag met frauduleuze handelingen
De zaak betreft de weigering van een WW-uitkering aan gedaagde wegens verwijtbaar werkloos gedrag. De rechtbank had het beroep van gedaagde gegrond verklaard en het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) vernietigd. De rechtbank oordeelde dat de gedragingen van gedaagde niet ernstig genoeg waren om het vertrouwen van de werkgever onherstelbaar te schaden.
Het UWV ging in hoger beroep en stelde dat de gedragingen van gedaagde, waaronder het frauduleus invullen en ondertekenen van een werkgeversverklaring op naam van een collega, wel degelijk verwijtbaar waren en tot ontslag konden leiden. De Raad stelde vast dat gedaagde deze gedragingen niet betwistte en dat deze redelijkerwijs tot beëindiging van de dienstbetrekking konden leiden.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. De Raad zag geen grond om het niet nakomen van de verplichtingen uit de WW niet aan gedaagde toe te rekenen. Er werd geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WW-uitkering blijft gehandhaafd wegens verwijtbaar werkloos gedrag.