ECLI:NL:CRVB:2005:AS5838
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WW-uitkering wegens nabetaling Ziektewet
Appellant ontving vanaf 16 januari 1995 een WW-uitkering en kreeg in mei 2000 een nabetaling Ziektewet van netto ƒ17.813,68. Er vond geen verrekening plaats met de lopende WW-uitkering. Gedaagde besloot op 20 november 2000 de ten onrechte betaalde WW-uitkering over 7 juli 1998 tot 4 april 1999 van ƒ22.337,61 bruto terug te vorderen, omdat appellant over die periode ziekengeld ontving.
Na bezwaar handhaafde gedaagde dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellant geen recht had op WW-uitkering over genoemde periode en dat terugvordering op grond van artikel 36 WW Pro terecht is. Het terugvorderingsbesluit voldoet aan de vereisten van artikel 22a WW, ook al is het geen formeel herzieningsbesluit.
Appellants bezwaar tegen de hoogte van het bedrag en de bruto terugvordering wordt verworpen. De Raad wijst erop dat de bruto terugvordering conform de WW is en dat appellant het netto-bruto verschil met de fiscus moet regelen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de bruto WW-uitkering bevestigd.