ECLI:NL:CRVB:2005:AS6726
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen
Appellant, sinds 1 september 1999 werkloos en in het bezit van een WW-uitkering, kreeg op 27 juni 2002 een maatregel opgelegd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: een korting van 20% op zijn uitkering gedurende 16 weken wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij zich vanwege een opleiding mocht beperken tot werk in de IT-branche, maar de Raad oordeelde dat gezien de lange duur van de werkloosheid en het gebrek aan succes in die sector van appellant verlangd mocht worden dat hij ook ongeschoolde arbeid zou zoeken. Het dossier bevatte voldoende gegevens om het besluit zorgvuldig te nemen.
De Raad wees het verzoek van appellant af om het geschil te voegen met andere lopende zaken en concludeerde dat appellant de verplichtingen uit artikel 24 WW Pro heeft geschonden. Er waren geen dringende redenen om af te zien van de maatregel en geen bewijs van schadeplichtigheid van de gedaagde. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Alkmaar werden bevestigd.
Uitkomst: De korting van 20% op de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen wordt bevestigd.