ECLI:NL:CRVB:2005:AS6779
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant, werkzaam als agrarisch medewerker, vroeg op 12 februari 1999 een WAO-uitkering aan na een ongeval met een fiets in mei 1998. Na medisch en arbeidskundig onderzoek werd vastgesteld dat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt was en geschikt voor zijn eigen functie. Gedaagde weigerde de uitkering en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat een werkplekonderzoek had moeten plaatsvinden en dat de lange beslistermijn onzorgvuldig was. De Raad oordeelde dat het werkplekonderzoek niet noodzakelijk was omdat appellant zijn functie kon vervullen. Wel werd vastgesteld dat het primaire besluit van 30 mei 2000 de wettelijke beslistermijn van 13 weken had overschreden, wat in strijd was met het Besluit beslistermijnen sociale verzekeringswetten.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit voor zover het niet tijdig beslissen betreft en verklaarde het bezwaar gegrond op dat punt. De overige bezwaren werden afgewezen. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierechten. Appellant diende geen verzoek in tot schadevergoeding wegens de trage besluitvorming.
Uitkomst: De weigering van de WAO-uitkering wordt bevestigd, maar het besluit wordt vernietigd vanwege overschrijding van de beslistermijn.