ECLI:NL:CRVB:2005:AS6798
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende functies voor schatting
De zaak betreft twee procedures over de herziening van de WAO-uitkering van gedaagde. In het eerste dossier (02/5612 WAO) ging het om een eerdere herziening van een uitkering van 80-100% naar 25-35%, later aangepast naar 35-45%. De rechtbank Maastricht had dit besluit vernietigd en appellant opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.
In het tweede dossier (03/2909 WAO) betrof het een afwijzing van verzoek tot herziening na toegenomen arbeidsongeschiktheid per 13 juli 2001. Ook dit besluit werd door de rechtbank vernietigd en leidde tot hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de deskundige A.M.A. Groot voldoende medische aanknopingspunten heeft gegeven om te concluderen dat gedaagde meer beperkt was dan appellant aannam, maar onvoldoende voor volledige arbeidsongeschiktheid volgens de standaardcriteria. De functies van nabewerker wasserij en wasserijmedewerker kunnen niet als draagkrachtige grondslag dienen vanwege onvoldoende onderbouwing van belastbaarheid.
Daarom zijn er te weinig functies om een lagere mate van arbeidsongeschiktheid te dragen. Gedaagde wordt op arbeidskundige gronden geacht per 23 februari 2001 ongewijzigd 80 tot 100% arbeidsongeschikt te zijn. Dit oordeel bevestigt de eerdere uitspraken van de rechtbanken. Appellant wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat gedaagde per 23 februari 2001 voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt is en veroordeelt appellant in proceskosten en griffierecht.