ECLI:NL:CRVB:2005:AS7174
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag bijzondere bijstand en redelijke termijn bestuursrechtelijke procedure
Appellant verzocht het College van burgemeester en wethouders van Tilburg om bijzondere bijstand voor 27 kostenposten. Gedaagde liet tien aanvragen buiten behandeling wegens onvolledige gegevens en wees dertien aanvragen af omdat de kosten niet als noodzakelijke kosten van bestaan werden beschouwd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant grotendeels ongegrond, maar oordeelde dat de aanvraag voor reiskosten ten onrechte niet in behandeling was genomen en dat het bezwaar tegen de weigering van collegegeldoverbrugging onterecht niet-ontvankelijk was verklaard.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij pas op 12 maart 2001 over de middelen voor collegegeld kon beschikken, waardoor het bezwaar niet niet-ontvankelijk had mogen worden verklaard. De Raad oordeelde dat appellant bij het moment van beslissing op bezwaar geen belang meer had, waardoor de niet-ontvankelijkheid per saldo terecht was. Daarnaast onderzocht de Raad ambtshalve of de procedure niet te lang had geduurd in strijd met artikel 6 EVRM Pro. De procedure duurde bijna vier jaar, wat niet onredelijk werd geacht.
De Raad bevestigde de rechtbankuitspraak voor zover aangevochten en oordeelde dat de aanvragen terecht buiten behandeling waren gelaten of afgewezen. Appellant had onvoldoende gegevens verstrekt ondanks herhaalde verzoeken. De Raad concludeerde dat de bijzondere bijstand voor de meeste kostenposten terecht was geweigerd en dat de procedure binnen redelijke termijn was afgerond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtbankuitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond.