ECLI:NL:CRVB:2005:AS7534
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en fraude
Appellant ontving een bijstandsuitkering naast inkomsten uit arbeid in een café dat hij mede exploiteerde. Na sluiting van het café vroeg hij opnieuw bijstand aan. Een onderzoek van de sociale recherche bracht aan het licht dat in het café en de bovenwoning drugshandel plaatsvond, waarbij appellant als beheerder betrokken was en toegang had tot de opslagruimte waar drugs werden gevonden.
Appellant heeft nagelaten openheid te geven over zijn betrokkenheid en inkomsten uit deze activiteiten, wat een schending van de inlichtingenverplichting volgens artikel 65 Abw Pro opleverde. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of appellant recht had op bijstand, wat leidde tot intrekking van de uitkering en terugvordering van de kosten.
Daarnaast werd een boete opgelegd op grond van artikel 14a Abw wegens fraude. De Raad bevestigde deze boete en de afwijzing van de latere bijstandsaanvraag, mede omdat appellant inkomsten ontving die boven de bijstandsnorm lagen. De Raad concludeerde dat de boete proportioneel was en dat geen dringende redenen bestonden om hiervan af te zien.
De Raad oordeelde dat de bijdragen van derden aan appellant als inkomen moesten worden beschouwd en dat de verstrekte verklaringen onvoldoende waren om het tegendeel te bewijzen. De uitspraak bevestigt de besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Venlo en de rechtbank Roermond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstandsuitkering, de terugvordering van kosten en de oplegging van een boete wegens schending van de inlichtingenverplichting en betrokkenheid bij drugshandel.