ECLI:NL:CRVB:2005:AS7560
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing aanvraag woonvoorziening traplift voor gehandicapte
Appellant, die blind en verstandelijk gehandicapt is en epilepsie-aanvallen heeft, vroeg een traplift aan als woonvoorziening. De aanvraag werd door het College van burgemeester en wethouders van Hardenberg afgewezen op grond van de Verordening voorzieningen gehandicapten, omdat de verhuizing niet noodzakelijk was volgens artikel 2.7 van de Verordening.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad beoordeelde dat de oude woning adequaat was en dat er geen sprake was van omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen, zoals een gedwongen verhuizing of het ontbreken van geschikte woningen in de omgeving.
De Raad concludeerde dat het College terecht de aanvraag heeft afgewezen en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 16 februari 2005 in het openbaar gegeven.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor een traplift als woonvoorziening wordt bevestigd.