ECLI:NL:CRVB:2005:AS7589
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanspraak op tandheelkundige implantaten onder Ziekenfondswet
Appellante, geboren in 1973, viel als kind op haar twee voortanden, wat leidde tot het verlies van deze tanden. Zij verzocht om vergoeding voor het plaatsen van twee implantaten, maar deze aanvraag werd door Stichting Ziekenfonds VGZ afgewezen omdat de Regeling tandheelkundige hulp ziekenfondsverzekering een limitatief stelsel van verstrekkingen kent.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat implantaten niet onder de aanspraken vallen zoals omschreven in de Regeling. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij de implantaten wel vergoed zou krijgen indien zij al haar tanden zou laten trekken en wees op problemen met haar huidige prothese door botverlies.
De Raad oordeelde dat de Regeling geen ruimte biedt voor een ruimere interpretatie en dat de voorwaarden voor aanspraak op implantaten, zoals een ernstige ontwikkelingsstoornis of een ernstig geslonken tandeloze kaak, niet zijn vervuld. Daarom werd de afwijzing van de aanvraag bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor toepassing van bestuursrechtelijke herstelmaatregelen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor twee tandheelkundige implantaten wegens niet voldoen aan de voorwaarden in de Regeling.