ECLI:NL:CRVB:2005:AS7924
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogen en schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen sinds 1989 een bijstandsuitkering. Naar aanleiding van informatie over eigendom van onroerend goed in Turkije werd een onderzoek ingesteld, waaruit bleek dat appellanten vermogen hadden dat de vrij te laten grens overschreed. Dit vermogen werd niet gemeld, wat een schending van de inlichtingenplicht vormt.
De gemeente Venlo herzag het recht op bijstand over de periode van 1 juli 1997 tot 1 juni 2002 en vorderde €74.826,34 terug. De rechtbank wees het beroep van appellanten af en de Raad bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelt dat het onroerend goed als vermogen moet worden beschouwd, en dat appellanten onvoldoende bewijs leverden dat het anders was.
De verklaring dat het onroerend goed gezamenlijk eigendom zou zijn van appellanten en zijn broers wordt niet als voldoende bewijs erkend. Ook de huurovereenkomst verandert niets aan de eigendomssituatie. De Raad ziet geen dringende redenen om af te zien van intrekking en terugvordering en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering van kosten wordt bevestigd wegens overschrijding van het vermogen en schending van de inlichtingenplicht.