ECLI:NL:CRVB:2005:AS8173
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- A.B.J. van der Ham
- R.H. de Bock
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding na beëindiging zelfstandige bijstandverlening
Betrokkene was zelfstandig ondernemer en ontving bijstand als zelfstandige tot september 1996. Na beëindiging van zijn onderneming werd zijn aanvraag voor bijstand geweigerd omdat hij niet langer als zelfstandige werd aangemerkt. Betrokkene beëindigde daarop zijn bedrijf en vroeg later schadevergoeding wegens onrechtmatige besluitvorming.
De rechtbank oordeelde dat gedaagde onrechtmatig handelde door niet te onderzoeken of betrokkene als niet-zelfstandige bijstand kon ontvangen. De Raad bevestigde dit oordeel maar stelde dat gedaagde niet verplicht was betrokkene te wijzen op de mogelijkheid om beperkt in de onderneming werkzaam te blijven.
De Raad concludeerde dat de schade door beëindiging van het bedrijf niet aan het besluit kan worden toegerekend en verklaarde het beroep van appellante niet-ontvankelijk. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante is niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak dat geen schadevergoeding toekomt is bevestigd.