ECLI:NL:CRVB:2005:AS8231
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schriftelijke waarschuwing wegens niet tijdig inleveren maandelijkse verklaring Abw
Appellante, die een Wajong-uitkering ontvangt, werd door het College van burgemeester en wethouders van Groningen schriftelijk gewaarschuwd wegens het niet tijdig inleveren van de maandelijkse verklaring over februari 2002, een verplichting op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Gedaagde had besloten af te zien van een verlaging van de bijstandsnorm en volstond met een waarschuwing.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij de uitkeringsspecificatie van januari 2002 al in januari had ingeleverd en dat het onredelijk was om dezelfde specificatie opnieuw te verlangen in februari 2002. De Raad stelde vast dat de verklaring over februari 2002 te laat werd ingeleverd en dat de specificatie van januari 2002 pas in februari 2002 was ontvangen door de dienst SoZaWe.
De Raad vond geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van het besluit en oordeelde dat gedaagde bevoegd was tot het geven van een schriftelijke waarschuwing. Er was geen sprake van eerdere schriftelijke waarschuwingen, waardoor de waarschuwing proportioneel en redelijk was. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Groningen werd bevestigd en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de schriftelijke waarschuwing wegens niet tijdig inleveren van de maandelijkse verklaring en verklaart het hoger beroep ongegrond.