ECLI:NL:CRVB:2005:AS8272
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.C.M. van Laar
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht voor alle aandeelhouders in bedrijf met gemengd bestuur en eigendom
De zaak betreft de vraag of alle vier in het bedrijf werkzame aandeelhouders vanaf 19 november 1999 onder de verzekeringsplicht vallen. De appellant, het UWV, stelde dat de verzekeringsplicht ook geldt voor een aandeelhouder die geen bestuurder is, terwijl de rechtbank dit had afgewezen. De Centrale Raad van Beroep vernietigde het vonnis van de rechtbank Utrecht en oordeelde dat de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder ziet op de verdeling van het aandelenbezit onder alle aandeelhouders, niet alleen bestuurders.
De feiten betreffen een wijziging in de aandelenverhouding waarbij een houdstermaatschappij 10% van de aandelen verkreeg, waardoor de eerdere gelijke verdeling van aandelen onder drie houdstermaatschappijen veranderde. De Raad stelde vast dat de overige elementen van een privaatrechtelijke dienstbetrekking niet in geschil zijn, waardoor de verzekeringsplicht terecht is aangenomen voor alle vier aandeelhouders.
De Raad verwierp het verweer van gedaagde dat slechts de positie van aandeelhouders-bestuurders maatgevend is en dat de situatie van nevengeschiktheid voortduurt. De Raad vond onvoldoende bijzondere omstandigheden om hiervan af te wijken. Het verzoek tot schadevergoeding wegens onrechtmatige daad werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De verzekeringsplicht geldt vanaf 19 november 1999 voor alle vier aandeelhouders, ook niet-bestuurders.