ECLI:NL:CRVB:2005:AS8282
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand wegens niet-rechtmatig verblijf en onvoldoende dringende redenen
Appellant heeft meerdere aanvragen om bijzondere bijstand ingediend, waaronder voor vervanging van duurzame gebruiksgoederen, kosten van huurschulden, griffierecht en proceskosten. Deze aanvragen werden afgewezen omdat appellant niet rechtmatig in Nederland verblijft en niet gelijkgesteld kan worden met een Nederlander volgens de Algemene bijstandswet (Abw).
Na een verblijfsvergunning verleend te hebben gekregen voor de periode 1998-2003, trok de gemeente Amsterdam de eerdere besluiten op bezwaar in en verklaarde de bezwaren opnieuw ongegrond. De Raad oordeelde dat appellant geen belang meer had bij de hoger beroepen tegen de eerdere uitspraak van de rechtbank, omdat de nieuwe besluiten in de plaats waren gekomen van de eerdere.
De Raad beoordeelde vervolgens de nieuwe besluiten inhoudelijk. Voor de vervanging van duurzame gebruiksgoederen was geen noodzaak aangetoond. De kosten van griffierecht werden afgewezen omdat deze reeds door de Staat vergoed waren. De huurschulden en geldboete werden afgewezen omdat appellant beschikte over een arbeidsongeschiktheidsuitkering en er geen zeer dringende redenen waren om toch bijstand te verlenen. Proceskosten werden niet met terugwerkende kracht toegekend wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
De Raad concludeerde dat geen van de beroepen slaagde en verklaarde deze niet-ontvankelijk dan wel ongegrond. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd aan de gemeente.
Uitkomst: De hoger beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard en de beroepen tegen de besluiten ongegrond verklaard.