ECLI:NL:CRVB:2005:AS8283
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afgewezen wegens onrechtmatig verblijf en bijzondere bijstand geweigerd
Appellant, met de Surinaamse nationaliteit, verzocht om bijzondere bijstand voor proceskosten, maar dit werd afgewezen omdat hij niet rechtmatig in Nederland verbleef volgens de Algemene bijstandswet (Abw). Na diverse besluiten en bezwaarprocedures, waaronder een eerdere vernietiging van een besluit wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht (Awb), werd uiteindelijk een verblijfsvergunning toegekend met terugwerkende kracht vanaf 14 augustus 1998.
Desondanks handhaafde het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam het besluit van afwijzing van bijzondere bijstand, omdat appellant ten tijde van de aanvraag en de kostenperiode niet als vreemdeling werd beschouwd volgens de Abw. De Raad oordeelde dat het nieuwe verblijfsvergunningbesluit geen reden gaf om het eerdere besluit te herzien.
Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het eerdere besluit was ingetrokken en vervangen door het besluit van 15 april 2003. Het beroep tegen dit laatste besluit werd ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 15 april 2003 ongegrond.