ECLI:NL:CRVB:2005:AS8358
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering en juistheid medische en arbeidskundige beperkingen
Appellant, geboren in 1950, ontvangt sinds 1993 een WAO-uitkering vanwege rugklachten en andere medische aandoeningen. Na een herbeoordeling is zijn arbeidsongeschiktheidsklasse in 2001 vastgesteld op 35-45%.
Appellant betwistte deze beoordeling en stelde dat zijn medische en psychische beperkingen onderschat waren, en dat hij niet in staat was de voorgestelde functies uit te oefenen. De rechtbank vernietigde het besluit van 28 november 2001 vanwege onzorgvuldigheden in de arbeidskundige onderbouwing en gaf opdracht tot een nieuw besluit.
Het nieuwe besluit van 28 maart 2003 handhaafde de arbeidsongeschiktheidsklasse van 35-45%. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen belang meer had bij beoordeling van het eerdere besluit en dat het bestreden besluit juist was genomen. De Raad vond de medische en arbeidskundige onderbouwing toereikend en verwierp het beroep als ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard voor het eerdere besluit en ongegrond voor het bestreden besluit, dat in stand blijft.