ECLI:NL:CRVB:2009:BK5946
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- A.A.H. Schifferstein
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten bij herhaalde aanvraag
Appellant had een Wajong-uitkering die per 5 oktober 2005 werd ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%. Een aanvraag van appellant in februari 2007 werd opgevat als een herhaalde aanvraag en afgewezen omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd.
De rechtbank stelde eerder vast dat de aanvraag een herhaalde aanvraag betrof en dat de visusproblematiek die appellant aanvoerde geen nieuw feit vormde. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en stelt vast dat appellant de visusproblemen niet eerder naar voren heeft gebracht en dat er geen aanleiding was voor nader onderzoek door het Uwv.
De Raad wijst erop dat de beoordeling voor een Wsw-indicatie niet gelijk is aan die voor Wajong en dat de visusproblematiek niet als ernstig is aangemerkt. De Raad concludeert dat het Uwv niet onredelijk heeft gehandeld en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, waarmee het beroep van appellant wordt afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de Wajong-uitkering per 5 oktober 2005 wordt bevestigd wegens ontbreken van nieuwe feiten bij de herhaalde aanvraag.