ECLI:NL:CRVB:2005:AS8538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV tot vergoeding proceskosten na onjuiste toepassing beslistermijnen WW
De zaak betreft een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) en een gedaagde over de proceskostenveroordeling na een bezwaarprocedure over een voorschot op een WW-uitkering.
De rechtbank Arnhem had geoordeeld dat het UWV ten onrechte artikel 9 van Pro het Besluit beslistermijnen sociale verzekeringswetten had toegepast, terwijl dit besluit per 1 januari 2001 was vervallen. De rechtbank verklaarde het beroep van de gedaagde gegrond en veroordeelde het UWV tot vergoeding van €644 aan proceskosten voor verleende rechtsbijstand.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat de rechtbank terecht oordeelde dat het UWV onjuist had gehandeld, maar corrigeert de hoogte van de proceskostenvergoeding. Volgens de Raad komt slechts een bedrag van €322 in aanmerking, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht en de procesvoering van de gedaagde.
De Raad vernietigt het bestreden deel van het vonnis en veroordeelt het UWV tot betaling van €322 aan proceskosten. Omdat de gedaagde in hoger beroep niet is verschenen en geen verweerschrift heeft ingediend, wordt geen verdere proceskostenveroordeling in hoger beroep uitgesproken.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €322 aan proceskosten aan de gedaagde.