ECLI:NL:CRVB:2005:AS8592
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Berekening wettelijke rente bij mindering Belgische WW-uitkering op WAO-nabetaling
In deze zaak staat de vraag centraal of de Belgische werkloosheidsuitkering in mindering mag worden gebracht op de aan appellant (na)betaalde WAO-uitkering bij de berekening van de wettelijke rente. De appellant ontving een nabetaling van de WAO over de periode van 5 september 1995 tot 1 september 1997. Tegelijkertijd werd door de Belgische Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) een bedrag teruggevorderd wegens onverschuldigde werkloosheidsuitkering.
De Raad overweegt dat het van belang is of de Belgische werkloosheidsuitkering en de Nederlandse WAO als een samenhangend geheel kunnen worden beschouwd, zoals bedoeld in het arrest van de Hoge Raad van 22 september 1995. Hoewel verordening 574/72 een regeling bevat voor verrekening van uitkeringen tussen lidstaten, is in dit geval geen verrekening toegepast. Daardoor moet de wettelijke rente worden berekend over het volledige bedrag van de WAO-nabetaling.
De rechtbank had het bezwaar van appellant ongegrond verklaard en de mindering van de Belgische uitkering toegestaan. De Centrale Raad vernietigt deze uitspraak en het bestreden besluit, en bepaalt dat gedaagde een nieuw besluit moet nemen waarbij de wettelijke rente wordt berekend over het volledige bedrag van de WAO-nabetaling. Tevens wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan appellant.
Uitkomst: De wettelijke rente moet worden berekend over het volledige bedrag van de WAO-nabetaling zonder mindering van de Belgische werkloosheidsuitkering.