ECLI:NL:CRVB:2005:AS8621
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Berekening wettelijke rente bij nabetaling WAO-uitkering en Belgische WW-uitkering
De zaak betreft een geschil over de berekening van de wettelijke rente bij een nabetaling van een WAO-uitkering aan gedaagde, die tevens een Belgische werkloosheidsuitkering ontving. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), bracht de Belgische WW-uitkering in mindering op de nabetaling van de WAO-uitkering bij de renteberekening. Gedaagde betwistte dit en stelde dat de Belgische uitkering niet op één lijn gesteld kan worden met een Nederlandse sociale zekerheidsuitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van gedaagde gegrond en oordeelde dat de Belgische WW-uitkering niet in mindering mag worden gebracht bij de berekening van de wettelijke rente. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en vernietigt het bestreden besluit van appellant. De Raad stelt dat er geen sprake is van verrekening tussen de Belgische en Nederlandse uitkeringen omdat de Belgische instantie de onverschuldigde WW-uitkering rechtstreeks van gedaagde heeft teruggevorderd en niet via appellant.
De Raad verwijst naar relevante Europese verordeningen en jurisprudentie van de Hoge Raad en de Centrale Raad van Beroep, en concludeert dat de wettelijke rente over het volledige bedrag van de nabetaling WAO-uitkering moet worden betaald. Tevens veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Belgische werkloosheidsuitkering niet in mindering mag worden gebracht op de nabetaling van de WAO-uitkering bij de berekening van wettelijke rente.