ECLI:NL:CRVB:2005:AS9299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld en WAJONG-uitkering na beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als monteur, meldde zich ziek met rugklachten en ontving een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Na een nieuwe ziekmelding en medisch onderzoek werd de mate van arbeidsongeschiktheid opnieuw beoordeeld en bevestigd. Gedaagde weigerde ziekengeld toe te kennen en een WAJONG-uitkering te verstrekken, wat door appellant werd bestreden.
De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundigen voerden aanvullend onderzoek uit, waarbij de beperkingen werden bevestigd en het belastbaarheidsprofiel slechts beperkt werd aangepast. De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige grondslagen van de besluiten juist waren en dat de rechtbank terecht geen deskundigen had ingeschakeld.
Appellants argumenten over ernstige psychische stoornissen werden door de Raad niet gevolgd, omdat de bezwaarverzekeringsarts deze had betrokken in zijn beoordeling. De maatman werd vastgesteld op de montagemedewerker, wat geen aanleiding gaf tot wijziging van het arbeidsongeschiktheidspercentage.
De Raad bevestigde de weigering van ziekengeld per 6 juni 2001 en de afwijzing van de WAJONG-uitkering. Ook het bezwaar tegen het beëindigen van het ziekengeld per 28 januari 2002 werd ongegrond verklaard, omdat appellant medisch niet slechter was dan bij de eerdere beoordeling.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en de bestreden besluiten, zonder aanleiding tot vernietiging of herziening.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld en WAJONG-uitkering wegens juiste vaststelling van arbeidsongeschiktheid.