ECLI:NL:CRVB:2005:AS9446
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging herzieningsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende passende functies
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tegen een uitspraak van de rechtbank die het herzieningsbesluit inzake de WAO-uitkering van gedaagde vernietigde. Gedaagde was arbeidsongeschikt verklaard met een mate van 45 tot 55% op basis van drie passende functies. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende was gemotiveerd waarom twee van deze functies, waaronder medewerker facilitaire zaken, passend zouden zijn.
In hoger beroep heeft het Uwv betoogd dat de rechtbank ten onrechte de geschiktheid van de functies onvoldoende heeft gemotiveerd, met verwijzing naar aanvullende rapporten van medische en arbeidsdeskundige experts. De Centrale Raad van Beroep heeft dit betoog onderzocht en geconcludeerd dat de toelichting op de functie medewerker facilitaire zaken onvoldoende is, met name vanwege het hoge percentage staan dat vereist is, wat niet overeenkomt met de belastbaarheid van gedaagde.
De Raad laat de beoordeling van de andere functies in het midden, omdat reeds op grond van de ongeschiktheid van de medewerker facilitaire zaken functie de schatting onvoldoende is. Het bestreden besluit wordt bevestigd en het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde. Tevens wordt griffierecht geheven.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een gedegen en onderbouwde motivering bij het aanwijzen van passende functies in het kader van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Uwv wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van het herzieningsbesluit bevestigd wegens onvoldoende onderbouwing van passende functies.