ECLI:NL:CRVB:2005:AS9449
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld ondanks afwijkend oordeel CNSS
Appellant heeft zich ziek gemeld tijdens verblijf in Marokko met ingang van 28 oktober 1994 en heeft zich tot de CNSS gewend. Na terugkeer in Nederland is hij medisch onderzocht door verzekeringsartsen en een psychiater, waarbij geen psychiatrisch ziektebeeld werd vastgesteld. Het Uwv heeft op basis van deze medische gegevens besloten geen ziekengeld toe te kennen.
De rechtbank Rotterdam vernietigde eerder een besluit van het Uwv wegens onvoldoende motivering en voorbereiding. De Centrale Raad van Beroep heeft dit vonnis echter bevestigd, omdat de medische rapporten en aanvullend onderzoek voldoende aanwijzingen bevatten om af te wijken van het oordeel van de CNSS.
De Raad benadrukt dat het Nederlandse uitvoeringsorgaan bevoegd is om te beslissen over ziekengeld en dat een verzekerde geen rechten kan ontlenen aan het oordeel van de CNSS over arbeidsongeschiktheid. Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en het bestreden besluit blijft van kracht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld aan appellant.