ECLI:NL:CRVB:2005:AS9968
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C.F. Talman
- G.L.M.J. Stevens
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Terugvordering en verrekening van teveel betaalde periodieke uitkering volgens Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers
Eiser, erkend als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, ontving een periodieke uitkering die later werd omgezet in een NMIK-bedrag. Verweerster stelde na ontvangst van inkomensgegevens uit 1988-1989 vast dat er teveel was betaald en begon met terugvordering en verrekening vóór de definitieve berekeningsbeschikking.
Eiser maakte bezwaar tegen deze terugvordering en verrekening, stellende dat deze niet wettelijk was toegestaan vóór de definitieve berekening. Verweerster wees deze bezwaren af. De Centrale Raad oordeelde dat terugvordering en verrekening volgens vaste rechtspraak pas kunnen plaatsvinden na een definitieve berekeningsbeschikking zoals bedoeld in artikel 59a, tweede lid, van de Wet.
Omdat de definitieve berekeningsbeschikking pas op 12 december 2002 werd gegeven, was terugvordering en verrekening daarvoor niet toegestaan. Het bezwaar tegen het besluit van 31 januari 2003 werd gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Het bezwaar tegen het besluit van 28 november 2003 werd ongegrond verklaard. Verweerster werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Besluit van 31 januari 2003 vernietigd wegens onrechtmatige terugvordering vóór definitieve berekeningsbeschikking; besluit van 28 november 2003 gehandhaafd.