ECLI:NL:CRVB:2005:AT0119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Herberekening en terugvordering wachtgeld wegens inkomsten uit eigen bedrijf
Appellant, voormalig ambtenaar, ontving wachtgeld na ontslag en was tevens actief in eigen bedrijf. De Minister herrekende het wachtgeld op basis van inkomsten uit deze bedrijven en vorderde teveel betaald wachtgeld terug. Appellant stelde dat de referteperiode voor inkomsten te kort was en dat hogere inkomsten het gevolg waren van hogere uurtarieven, niet van verhoogde werkzaamheid.
De Raad oordeelde dat de referteperiode van 24 maanden te kort was en achtte een periode van 36 maanden passend. Tevens concludeerde de Raad dat appellant zijn uren significant had verhoogd, waardoor de meerinkomsten wel degelijk verband hielden met verhoogde werkzaamheid. De Raad vond dat de Minister onvoldoende rekening had gehouden met de tariefstijging.
Daarom vernietigde de Raad de bestreden besluiten wegens onzorgvuldige voorbereiding en onjuiste berekening, en beval dat de Minister nieuwe besluiten neemt met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De bestreden besluiten worden vernietigd en de Minister wordt opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de overwegingen van de Raad.