ECLI:NL:CRVB:2001:AB1314
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde AAW-uitkering na vaststelling maatmaninkomen zelfstandige
Appellant, een zelfstandige teler van chrysanten, ontving een AAW-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) stelde vast dat de fictieve mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 25% bedroeg op grond van het maatmaninkomen, berekend over de referteperiode 1979-1981. Hierdoor werd de uitkering voor de periode 1993-1995 stopgezet en teruggevorderd.
Appellant voerde aan dat het maatmaninkomen onjuist was vastgesteld, met name omdat Lisv de CBS-branchecijfers gebruikte in plaats van de LEI-cijfers, en dat de referteperiode niet representatief was vanwege verliesjaren. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel. Het gebruik van LEI-cijfers zou geen gunstiger resultaat opleveren en de referteperiode van drie jaar is volgens vaste jurisprudentie passend.
De Raad oordeelt dat het terugvorderingsbesluit rechtmatig is en dat Lisv bevoegd is het onverschuldigd betaalde terug te vorderen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd, waarmee het beroep van appellant wordt verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de besluiten tot stopzetting en terugvordering van de AAW-uitkering worden bevestigd.