ECLI:NL:CRVB:2005:AT0173
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herhaalde aanvraag bijzondere bijstand voor wasdroger zonder nieuwe feiten
Appellant, die sinds 1982 een bijstandsuitkering ontvangt, diende in 1998 en opnieuw in 1999 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor de aanschaf van een wasdroger. Beide aanvragen werden door het College van burgemeester en wethouders van Arnhem afgewezen, waarbij werd geoordeeld dat een wasdroger medisch niet noodzakelijk was. Na een inhoudelijke beoordeling van het bezwaar bleef het besluit tot afwijzing in stand. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat een herhaalde aanvraag moet worden opgevat als een verzoek tot herziening van het eerdere besluit. Het bestuursorgaan mag het oorspronkelijke besluit inhoudelijk heroverwegen, maar de rechter beperkt zich tot de vraag of er sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden die een herziening rechtvaardigen.
De door appellant overgelegde medische verklaringen en rapportages bevatten geen relevante nieuwe feiten die de noodzaak van een wasdroger aantonen. De Raad concludeert dat het College van burgemeester en wethouders in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde aanvraag bijzondere bijstand wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.