ECLI:NL:CRVB:2005:AT0330
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opschorting bijstandsuitkering wegens niet verstrekken vermogen
Appellante ontving een bijstandsuitkering als alleenstaande. Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam schortte de uitkering op grond van artikel 69, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw), omdat zij vermoedelijk beschikte over een vermogen dat het vrij te laten bescheiden vermogen overschreed. Appellante had nagelaten informatie te verstrekken over haar eigendom van onroerende zaken in Suriname, ondanks een hersteltermijn van acht weken.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de opschorting ongegrond. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep vastgesteld dat appellante niet heeft voldaan aan haar inlichtingenverplichting zoals bedoeld in artikel 65 van Pro de Abw. De Raad oordeelde dat het verzuim appellante valt toe te rekenen, ook al stelde zij dat zij dacht dat de woningen niet tot haar vermogen behoorden.
De Raad bevestigde het besluit tot opschorting van de bijstandsuitkering en zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De opschorting van de bijstandsuitkering wordt bevestigd wegens het niet verstrekken van informatie over vermogen.