ECLI:NL:CRVB:2005:AT0333
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering Anw-uitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving een Anw-uitkering die op grond van een onderzoek naar een anonieme tip werd ingetrokken omdat zij vanaf 1 augustus 1997 een gezamenlijke huishouding voerde met twee personen zonder dit te melden. De Raad oordeelde dat appellante en de betrokkenen gezamenlijk hun hoofdverblijf hadden en zorg droegen voor elkaar, wat voldoet aan de wettelijke criteria voor gezamenlijke huishouding.
Appellante stelde dat een van de betrokkenen hulpbehoevend was en dat haar verklaring onder druk was afgelegd, maar de Raad verwierp deze grieven wegens gebrek aan objectief bewijs en omdat de verklaring vrijwillig was ondertekend. Ook werd het gebruik van de verklaringen niet als onrechtmatig beoordeeld.
De Raad bevestigde dat appellante geen recht had op de uitkering over de betreffende periode en dat de terugvordering terecht was. De overgangsbepaling voor herleving van het recht op uitkering na beëindiging van de gezamenlijke huishouding was niet van toepassing. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de Anw-uitkering worden bevestigd wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder melding en het ontbreken van hulpbehoevendheid.