ECLI:NL:CRVB:2005:AT0661
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- J.Th. Wolleswinkel
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging recht op gemeentelijke aanvulling op FPU-uitkering na non-activiteitsregeling
Betrokkene was werkzaam bij de gemeente ’s-Hertogenbosch en is in maart 1998 een non-activiteitsregeling overeengekomen die inging op 1 april 1998, met een geplande volledige FPU-uitkering per 1 mei 2002. Op verzoek van betrokkene verleende de gemeente hem ontslag per 1 mei 2002 waarna hij gebruik maakte van de FPU-regeling van het ABP. Betrokkene vroeg vervolgens om een gemeentelijke aanvulling op deze uitkering, welke door de gemeente werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en oordeelde dat hoofdstuk 5a van de CAR op hem van toepassing was, omdat hij tot zijn ontslag ambtenaar bleef en de non-activiteitsregeling geen bepalingen bevatte over wijzigingen in rechtspositieregelingen. De gemeente ging hiertegen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde vast dat de non-activiteitsregeling niet regelt hoe om te gaan met de hoogte van de FPU-uitkering na ontslag, waardoor de op dat moment geldende CAR-regeling van toepassing blijft. De zaak onderscheidde zich van eerdere jurisprudentie waarin een gegarandeerde uitkeringshoogte was afgesproken. De Raad veroordeelde de gemeente tot betaling van de proceskosten van betrokkene en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkene recht heeft op de gemeentelijke aanvulling op zijn FPU-uitkering en veroordeelt de gemeente tot betaling van proceskosten.