ECLI:NL:CRVB:2005:AT0665
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde giften en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving een bijstandsuitkering en had gedurende de periode 1 januari 2001 tot 14 november 2001 giften van zijn moeder ontvangen die hij niet had gemeld aan het College van burgemeester en wethouders van Eindhoven. Gedaagde stelde het vermogen van appellant vast inclusief deze giften en herzag de bijstandsuitkering over genoemde periode. Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, dat door de rechtbank werd afgewezen.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat appellant zijn inlichtingenplicht heeft geschonden door niet te melden op welke data en in welke bedragen de giften zijn ontvangen. Hierdoor kon het recht op bijstand niet correct worden vastgesteld. De giften zijn volgens de Raad als inkomen aan te merken, omdat niet is komen vast te staan dat sprake was van een daadwerkelijke terugbetalingsverplichting.
De Raad vernietigt het besluit van de rechtbank en verklaart het beroep van appellant gegrond. Het besluit van 5 november 2002 wordt eveneens vernietigd wegens strijd met de wet, maar de rechtsgevolgen van de herziening en terugvordering blijven in stand. De gemeente Eindhoven wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de herziening en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde giften worden bevestigd.