ECLI:NL:CRVB:2005:AT0829
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens niet voldoen aan wekeneis en overschrijding bezwaartermijn
Appellant was directeur van een B.V. in oprichting en werd per 1 oktober 2002 werkloos verklaard. Gedaagde stelde dat appellant vanaf 19 juli 2002 verzekeringsplichtig was en weigerde een WW-uitkering omdat appellant niet voldeed aan de eis om in 26 weken arbeid als werknemer te hebben verricht (wekeneis). Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en tegen een eerdere beslissing over de verzekeringsplicht, maar zijn bezwaarschrift tegen het besluit van 21 januari 2003 werd wegens overschrijding van de bezwaartermijn niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat het besluit van 21 januari 2003 rechtsgeldig was bekendgemaakt en dat de bezwaartermijn van zes weken correct was toegepast. Appellant had tijdig kennis van het besluit, maar diende zijn bezwaar te laat in zonder geldige reden. Ook werd geoordeeld dat appellant niet aan de dwingendrechtelijke wekeneis voldeed, waardoor hij geen recht had op een WW-uitkering.
De Raad wees verder het beroep op proceskostenveroordeling af en benadrukte dat de bezwaartermijn niet pas begint bij kennisname, maar bij de bekendmaking van het besluit. De uitspraak bevestigt dat strikte termijnen en wettelijke eisen bij sociale zekerheidsuitkeringen gelden en dat niet tijdig bezwaar maken tot niet-ontvankelijkheid leidt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens niet voldoen aan de wekeneis en verklaart het bezwaarschrift te laat ingediend en niet-ontvankelijk.