ECLI:NL:CRVB:2005:AT0834
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet-rechtsgeldig ontslag volgens Duits recht
Appellant was werkzaam in Duitsland en werd ontslagen zonder schriftelijke opzegging zoals voorgeschreven in paragraaf 623 van het Duitse Bürgerliches Gesetzbuch (BGB). Hierdoor werd zijn WW-uitkering geweigerd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).
Appellant voerde aan dat hij niet op de hoogte was van de gewijzigde Duitse regelgeving en dat het Uwv hem hierover onvoldoende had geïnformeerd, waardoor hij niet tijdig tegen het ontslag kon optreden. De Raad oordeelde echter dat het Uwv niet verplicht is verzekerden te informeren over wijzigingen in buitenlandse arbeidswetgeving en dat appellant verwijtbaar werkloos is.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het besluit van de rechtbank Groningen en verwierp het beroep van appellant, waarbij werd vastgesteld dat het niet nakomen van de verplichtingen uit de WW appellant in overwegende mate kan worden verweten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens niet-rechtsgeldig ontslag en verwijtbare werkloosheid van appellant.