ECLI:NL:CRVB:2005:AT0931
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Passende arbeid bij weigering WW-uitkering na faillissement werkgever
De zaak betreft een geschil over de vraag of een WW-uitkering terecht blijvend geheel is geweigerd aan gedaagde wegens het niet aanvaarden van passende arbeid. Gedaagde werkte tot het faillissement van zijn werkgever in een technische functie en kreeg een aanbod om te werken bij een ander bedrijf in het laden en lossen van vrachtwagens.
De rechtbank had het bezwaar van gedaagde tegen de weigering van de WW-uitkering gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Appellant ging hiertegen in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep beoordeelde of het werk bij het nieuwe bedrijf passend was, waarbij rekening werd gehouden met de Richtlijn passende arbeid, het opleidingsniveau van gedaagde, het verschil in loon en de aard van het werk.
De Raad concludeerde dat het werk niet passend was omdat het een lager niveau betrof dan het eerdere technische werk en een netto loonverlies van €200 per maand betekende. Daarom werd het besluit tot weigering van de WW-uitkering vernietigd en het besluit van 8 oktober 2002 herroepen. Appellant werd veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Het besluit tot blijvende gehele weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd omdat het aangeboden werk niet passend is.