ECLI:NL:CRVB:2005:AT0973
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op juiste medische en arbeidskundige grondslag
Appellant, voormalig automonteur, ontving sinds 1999 een WAO-uitkering vanwege rug- en knieklachten. Na een herbeoordeling in 2001 werd zijn arbeidsongeschiktheid herzien van 80-100% naar 15-25%, gebaseerd op medisch en arbeidskundig onderzoek.
Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening met aanvullend medisch advies en een arbeidsdeskundig rapport. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige pasten de beoordeling deels aan, waardoor de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 25-35%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het bestreden besluit bevestigd. De Raad oordeelde dat de medische beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat de arbeidskundige functies passend waren geselecteerd. Nieuwe medische informatie was niet relevant voor de datum van beoordeling. De Raad vond geen reden voor nader onderzoek of toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
De uitspraak bevestigt dat de herziening van de WAO-uitkering op een juiste grondslag berust en dat de bezwaren van appellant niet leiden tot een andere beoordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering op juiste medische en arbeidskundige grondslag.