ECLI:NL:CRVB:2005:AT0984
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit Ziektewet: appellant niet ongeschikt voor arbeid na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, voormalig productiemedewerker in een wolfabriek, werd op 7 januari 2002 hersteld verklaard en verloor daarmee het recht op ziekengeld. Dit besluit werd genomen na medisch onderzoek door verzekeringsartsen die geen objectief medisch substraat voor zijn klachten konden vaststellen.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant ging in hoger beroep en overhandigde aanvullende medische stukken, waaronder een brief van een oogarts en een rapport van een psychiater. De Raad concludeerde echter dat deze stukken geen aanleiding gaven het eerdere oordeel te wijzigen.
De Raad benadrukte dat de oogafwijkingen van appellant al jarenlang bekend waren en hem niet belemmerden in zijn werkzaamheden. Ook achtte de Raad het niet aannemelijk dat de psychiater zijn bevindingen kon relateren aan de relevante datum van 7 januari 2002. De uitspraak van de rechtbank werd daarom bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant niet ongeschikt is voor arbeid en het ziekengeld wordt stopgezet.