ECLI:NL:CRVB:2005:AT0987
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en intrekking WAO-uitkering na medische en arbeidskundige rapporten
Betrokkene, werkzaam als kwekerijmedewerkster, viel in september 2000 uit wegens psychosomatische klachten. Medische en arbeidskundige onderzoeken leidden tot een vaststelling van 15-25% arbeidsongeschiktheid en toekenning van een WAO-uitkering per 5 september 2001.
Na bezwaar onderzocht de bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige het dossier opnieuw en concludeerden dat het verdienverlies nihil was, wat leidde tot intrekking van de WAO-uitkering per 3 september 2002. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de toekenning ongegrond en het beroep tegen intrekking niet-ontvankelijk.
In hoger beroep herhaalde betrokkene haar grieven, maar de Raad onderschreef de medische en arbeidskundige rapporten en vernietigde de niet-ontvankelijkverklaring van de rechtbank. De Raad oordeelde dat de intrekking terecht was en verklaarde het beroep tegen die intrekking ongegrond.
De Raad stelde dat betrokkene voldoende gelegenheid had gehad om te reageren en dat er geen procesrechtelijke tekortkomingen waren. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd voor het overige.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de WAO-uitkering per 3 september 2002 wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van de rechtbank wordt vernietigd.