ECLI:NL:CRVB:2005:AT1364
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid voor arbeid bij WAO-uitkering wegens lage rugklachten
Appellant, voormalig medewerker in de paprikateelt, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid door lage rugklachten. Het UWV stelde dat hij met inachtneming van zijn beperkingen geschikt was voor werkzaamheden verbonden aan geselecteerde functies, met een verlies aan verdiencapaciteit van 31,2%.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met zijn medische situatie, maar bracht geen nieuwe objectieve medische gegevens in. De Raad concludeerde dat de medische en arbeidskundige onderbouwing van het besluit deugdelijk was, mede gelet op de consistentie tussen verzekeringsarts en behandelend sector.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De beslissing is gebaseerd op een zorgvuldige beoordeling van medische rapporten en arbeidskundige analyses, waarbij het belang van een juiste inschatting van de verdiencapaciteit centraal stond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit tot toekenning van de WAO-uitkering met een verlies aan verdiencapaciteit van 31,2% wordt bevestigd.