ECLI:NL:CRVB:2005:AT1547
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens beperkingen ziekenverzorgster
Appellante, een ziekenverzorgster die zich in 1997 ziek meldde vanwege rug- en heupklachten, kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25-35%. Na bezwaar en aanvullend onderzoek werd dit percentage verhoogd naar 45-55%, mede op basis van een arbeidsdeskundig rapport dat stelde dat zij geschikt was voor andere functies.
Appellante voerde aan dat haar beperkingen groter waren dan aangenomen en overwoog onder meer depressieve klachten en belastbaarheidsonderzoek. De Raad oordeelde dat de verzekeringsartsen zorgvuldig hadden gehandeld en dat het belastbaarheidsonderzoek met terughoudendheid moest worden beoordeeld vanwege mogelijke beïnvloeding door de onderzochte persoon.
De Raad concludeerde dat de beperkingen niet waren onderschat en dat appellante geschikt was voor de geselecteerde functies. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, en er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2005.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 45-55%.