ECLI:NL:CRVB:2005:AT1791
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling medische vaststelling en maatmaninkomen bij WAZ-uitkering
Appellant, werkzaam als zelfstandig organisatieadviseur, vroeg een WAZ-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid sinds 28 maart 1994. Na diverse medische rapportages en herzieningen stelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) de mate van arbeidsongeschiktheid vast tussen 65 en 80% per 1 oktober 2000.
De rechtbank vernietigde een eerder besluit wegens onjuiste toerekening van functies die appellant niet kon vervullen. In hoger beroep betwistte appellant de medische beoordeling en de vaststelling van het maatmaninkomen, stellende dat hij eerder arbeidsongeschikt was en dat het maatmaninkomen onjuist was berekend.
De Raad oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd door verzekeringsarts en psychiater, en dat er geen aanwijzingen waren voor eerdere arbeidsongeschiktheid dan gemeld. Ook werd het maatmaninkomen juist vastgesteld op basis van de gemiddelde winst over drie boekjaren, waarbij normale bedrijfsrisico’s zoals juridische procedures niet tot correcties leiden.
Verder bevestigde de Raad dat de functies die appellant kon vervullen binnen zijn beperkingen vielen, en dat het besluit van 7 oktober 2002 stand kon houden. De Raad vernietigde een latere uitspraak en besluit die op onjuiste gronden waren genomen en verklaarde het beroep tegen het besluit van 7 oktober 2002 ongegrond.
Uitkomst: De Raad bevestigt de zorgvuldige medische beoordeling en juiste vaststelling van het maatmaninkomen en verklaart het beroep tegen het besluit van 7 oktober 2002 ongegrond.