ECLI:NL:CRVB:2005:AT1797
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en herziening WAO-uitkering na vernietiging arbeidsongeschiktheidsbesluit
Appellante ontving een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45-55%. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing en beval een nieuw besluit. Bij het nieuwe besluit (besluit II) werd de mate van arbeidsongeschiktheid herzien naar 55-65%, gebaseerd op nieuwe functies die passen binnen de beperkingen van appellante.
Appellante voerde medische en arbeidskundige bezwaren aan tegen dit nieuwe besluit. De Raad concludeerde echter dat de medische beperkingen correct waren vastgesteld en dat er voldoende passende functies beschikbaar waren om het arbeidsongeschiktheidspercentage te dragen. Nieuwe medische verklaringen werden niet als relevant voor de situatie op de peildatum beschouwd.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk was vanwege het ontbreken van een vordering tot schadevergoeding. Het beroep tegen het tweede besluit werd ongegrond verklaard. Tevens werd appellante in het gelijk gesteld wat betreft proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het herzieningsbesluit ongegrond.