ECLI:NL:CRVB:2005:AT1937
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van ongerechtvaardigd onderscheid in gedifferentieerde WAO-premie tussen werkgevers
Appellante maakte bezwaar tegen de vastgestelde gedifferentieerde WAO-premie voor 2001, die mede gebaseerd was op een WAO-uitkering aan een (ex-)werknemer toegekend vóór 1998 en herzien in 1998. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij oordeelde dat appellante terecht artikel 87e van de WAO was tegengeworpen en dat het onderscheid tussen eigenrisicodragende en niet-eigenrisicodragende werkgevers niet in strijd was met het gelijkheidsbeginsel.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de toekenning van de WAO-uitkering, voor zover betrokken bij de premie, tot de 'merits of the matter' behoort en dat toetsing daarvan mogelijk moet zijn. Artikel 87e van de WAO mag daarom niet worden toegepast indien dit toetsing belemmert, vanwege schending van artikel 6 EVRM Pro. De Raad volgde het argument dat het onderscheid in premiehoogte geen schending van het gelijkheidsbeginsel inhoudt.
Het verzoek van appellante tot schadevergoeding werd afgewezen, omdat de Raad niet oordeelt over vermeende onrechtmatige toekenning of voortzetting van de WAO-uitkering. Tevens werd bevestigd dat bezwaar tegen het voortzettingsbesluit na 1 januari 1998 mogelijk is, en dat het niet tijdig bekendmaken van dat besluit aan appellante daaraan niets afdoet.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het verzoek om proceskostenvergoeding in hoger beroep af.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.