ECLI:NL:CRVB:2001:AB2859
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- G. van der Wiel
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt premiedifferentiatiebesluiten WAO wegens schending artikel 6 EVRM
De zaak betreft de vaststelling van de door appellante verschuldigde gedifferentieerde premie WAO over de jaren 1999 en 2000, mede gebaseerd op een uitkering toegekend aan een ex-werkneemster in 1994. Appellante voerde aan dat het besluit in strijd was met artikel 6 EVRM Pro omdat zij geen inzage kreeg in de medische gegevens die ten grondslag lagen aan de uitkering, en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, onder meer omdat appellante geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid een arts-gemachtigde aan te wijzen. De Centrale Raad oordeelde echter dat de medische besluitenregeling niet onverkort kan worden toegepast zonder inbreuk te maken op het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro.
De Raad stelde vast dat artikel 87e WAO niet onverkort toepasbaar is indien het premiebesluit gebaseerd is op een uitkering toegekend voor 1 januari 1998, omdat appellante destijds geen bezwaar kon maken tegen dat besluit. Hierdoor wordt de toetsing van de 'merits of the matter' onmogelijk, wat strijdig is met artikel 6 EVRM Pro.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraken en verwees de zaak terug naar de rechtbank te Roermond voor een inhoudelijke behandeling met inachtneming van de genoemde rechtsbeginselen. Tevens veroordeelde de Raad gedaagde voorwaardelijk in de proceskosten van appellante en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de premiedifferentiatiebesluiten WAO en wijst de zaak terug naar de rechtbank wegens schending van artikel 6 EVRM.