ECLI:NL:CRVB:2005:AT2017
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering en terugvordering voorschotten wegens zelfstandige werkzaamheden
Gedaagde was tot eind 1999 adjunct-directeur bij een bedrijf en begon vanaf 19 mei 1999 werkzaamheden als zelfstandige voor 20 uur per week, die hij vanaf 14 januari 2000 uitbreidde tot 40 uur per week. Op 29 juni 2001 beëindigde hij deze zelfstandige werkzaamheden geheel. Appellant, het UWV, weigerde een WW-uitkering toe te kennen en vorderde terugbetaling van voorschotten.
De rechtbank had geoordeeld dat gedaagde voor de uitbreiding van zijn zelfstandige werkzaamheden per 14 januari 2000 de hoedanigheid van werknemer kon herkrijgen wegens bijzondere omstandigheden, waardoor het recht op WW-uitkering kon herleven. De Centrale Raad van Beroep vernietigt dit oordeel en stelt dat het tijdvak van anderhalf jaar, genoemd in artikel 8, tweede lid, van de WW, is aangevangen op 19 mei 1999 en inmiddels was verstreken toen gedaagde stopte met zijn zelfstandige werkzaamheden.
De Raad wijst verder het verweer af dat bijzondere omstandigheden of onjuiste informatie van het UWV tot een ander oordeel zouden moeten leiden. Er waren geen concrete toezeggingen en de verwachting van recht op WW-uitkering rechtvaardigt geen afwijking van de wettelijke bepalingen. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het beroep af en bevestigt de weigering van de WW-uitkering en de terugvordering van voorschotten.