ECLI:NL:CRVB:2005:AT2054
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Nederlands weduwenpensioen wegens ontbreken verzekeringstijdvakken
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de weigering van de Sociale verzekeringsbank om haar een weduwenpensioen toe te kennen op grond van de Algemene Weduwen en Wezenwet (AWW). Haar echtgenoot was op het moment van overlijden in Turkije verzekerd bij de Bag-Kur en ontving daar een Turks weduwenpensioen. Appellante stelde dat haar echtgenoot tussen 1969 en 1972 in Nederland had gewoond en gewerkt en dat op grond van het sociale zekerheidsverdrag tussen Turkije en Nederland aanspraak op een Nederlands weduwenpensioen bestond.
De Raad stelde vast dat appellantes echtgenoot volgens nationaal recht niet verzekerd was ten tijde van zijn overlijden en dat appellante geen aanspraak kan maken op een weduwenpensioen krachtens de AWW. Uit het onderzoek van de Sociale verzekeringsbank bleek bovendien niet dat de echtgenoot in Nederland verzekeringstijdvakken had vervuld, en appellante kon dit ook niet met bewijs onderbouwen.
Daarmee kon geen toepassing worden gegeven aan het verdrag inzake sociale zekerheid tussen Turkije en Nederland die een pro rata weduwenpensioen zou kunnen rechtvaardigen. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het bestreden besluit van de Sociale verzekeringsbank. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 4 maart 2005.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit wordt bevestigd.