ECLI:NL:CRVB:2005:AT2680
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- B.M. van Dun
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering niet met terugwerkende kracht toegestaan
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de vernietiging van besluiten van het UWV inzake de herziening van een WW-uitkering en de terugvordering van teveel betaalde bedragen. De Raad oordeelt dat de herziening van de uitkering niet met terugwerkende kracht kan plaatsvinden, waardoor ook de grondslag voor de terugvordering vervalt.
De Raad vernietigt de besluiten van 11 maart 2002 en 9 juli 2003, evenals de primaire besluiten van 12 oktober 2001. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van de renteschade die appellant heeft geleden en tot betaling van proceskosten en reiskosten.
Het geschil betreft de toepassing van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de Algemene wet bestuursrecht. De Raad motiveert dat het hoger beroep zich ook uitstrekt tot de nieuwe beslissing op bezwaar van 9 juli 2003. De uitspraak bevestigt het belang van correcte toepassing van herzieningsregels en het recht op vergoeding van onrechtmatig teruggevorderde bedragen.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten tot herziening en terugvordering van de WW-uitkering en veroordeelt het UWV tot vergoeding van renteschade en proceskosten.