ECLI:NL:CRVB:2005:AT2737
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor werk na verkeersongeval
Appellant, voormalig agrarisch medewerker, ontving een WW-uitkering en meldde zich ziek na een verkeersongeval. Verzekeringsartsen stelden vast dat er geen objectieve medische belemmeringen meer waren voor werkhervatting. De Ziektewetuitkering werd daarom beëindigd per 21 januari 2002.
Appellant maakte bezwaar en bracht nieuwe medische verklaringen in, waaronder van een neuroloog en psycholoog, waarin rug- en psychische klachten werden aangevoerd. Deze werden door bezwaarverzekeringsarts Muradin gemotiveerd weerlegd, waarbij werd vastgesteld dat appellant op de relevante datum niet beperkt was in zijn arbeid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanleiding is voor nader deskundigenonderzoek. De beëindiging van de uitkering is daarmee terecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant terecht weer geschikt is geacht voor zijn werk en dat de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd.